Wij – Gerard en Erika – vonden elkaar hoog in de bergen, in een berghut boven de 3000 meter. Die bergen, daar hebben we allebei wat mee. Erika kampeerde als kind al elke zomervakantie ergens in de Alpen, Gerard skiet heel wat pistes af en ontdekt later als parapente-instructeur de bergen ook vanuit de lucht.

We blijken ook allebei ‘iets’ met Frankrijk te hebben. Erika werkte al jong in Bretagne in een ‘centre de vacances’ en Gerards ouders kochten ooit op het Franse platteland een vervallen huis op voorwaarde dat de kinderen zouden helpen met opknappen.

‘In dat huis waren we altijd graag, samen of met vrienden. We organiseerden er houthakkersweekendjes of kerstdiners, maaiden het gras met de zeis, hakten hout voor de open haard waarin we forellen grilden en aardappels poften. We hielden van de sfeer met die groepen. Iedereen hielp mee en tegelijk kon iedereen zijn gang gaan. Die formule werkte altijd. En we sliepen met z’n allen op een grote slaapzolder. Genieten van rust en stilte, zonder telefoon, zonder televisie. Wandelen, fietsen, beetje klussen, lezen, eten, goede gesprekken met een wijntje erbij. Basic en essentieel.’

Er begon iets te borrelen toen we in die regio een verlaten abdij ontdekten. Hoe zou het zijn om zo’n plek om te bouwen tot vakantieplek en ontmoetingsplek? Een oud gebouw nieuw leven inblazen, er zelf wonen en mensen van de plek laten meegenieten. Vanaf dat moment vinden we overal vervallen panden op bijzondere plekken, we kregen er een neus voor.

Bij ons allebei blijft het idee terugkomen om op het platteland een leven op te bouwen, liefst dichter bij de bergen. We willen onze kinderen buiten kunnen laten struinen, leven met de seizoenen, onafhankelijk zijn, bergen beklimmen, frisse lucht snuiven, met groen om ons heen – als tegenhanger voor ons drukke leven met dito banen in de Randstad. Gerard werkte al jaren in de wereld van informatie-beveiliging en Erika was redacteur bij de reisgidsenuitgeverij van de Anwb.

In 1998 (onze zoon was drie maanden oud) vonden we het pand dat we wilden ontwikkelen als gastenverblijf en eigen huis: een voormalige textielfabriek midden in de natuur aan het eind van een weggetje, met eigen grond en een ruisend beekje. Het pand was verlaten, vervallen en verwilderd. Het ging ons ook niet alleen om het einddoel, maar zeker ook om het idiote en heerlijke proces om iets vanuit niets op te bouwen! Onze eigen maakbare wereld. Dat hebben we geweten…

Het traject van vergunningen & besluiten duurde een hele poos, en vanaf 1999 pendelen we jaren op en neer, inmiddels met twee meiden erbij. Het wordt een manier van leven.
In 2007 gingen we er permanent wonen, de kinderen gingen naar de Franse school.
We hebben er alle momenten van opbouw beleefd. Van de allereerste kop koffie in óns pand na het tekenen van de koopakte tot het verzorgen van de eerste aanschuifmaaltijd voor een grote groep gasten. Van de eerste schets tot aan een laatste haakje in de badkamer, van idealen tot uitvoeren, van grote plannen tot stug volhouden. Intensieve jaren vol mixed emotions.

Stap voor stap kwamen we uit bij wat La Vie Verte nu is: een heerlijke groene oase voor avontuurlijke gezinnen, buitenmensen en stoere buitensporters.

‘De plek waar mensen kunnen komen aanwaaien om op adem te komen, back-to-basic in de bergen, om actief te zijn én te genieten van natuur en stilte. Waar mensen kunnen bijtanken en nieuwe energie opdoen. Een buitenplaats waar mensen mogen zijn. Een ‘groene bubbel’ waar je je even kunt terugtrekken uit de wereld en hectiek van je werk.

Dit is het groene leven dat wij willen neerzetten met La Vie Verte.’

Inmiddels wonen we alweer een tijd in Nederland. We zijn zoveel mogelijk in Frankrijk, waar we alle vakantieperiodes draaien. Onze kinderen zijn nu pubers en volgen onderwijs in Nederland. Frankrijk is hun tweede thuis, onze manier van buitenleven is ook hún manier van leven, ze zouden niet zonder willen.
En dat geldt ook voor onze gasten, het is precies dát waarvoor ze komen: meegenieten van ons groene leven.

KOM OOK LOGEREN BIJ LA VIE VERTE
bekijk onze appartementen